Bijna 50% meer stressgerelateerd verzuim in vijf jaar: wat zeggen deze cijfers werkelijk?
Nieuwe cijfers van ArboNed en HumanCapitalCare laten zien dat het aantal verzuimdagen door stressgerelateerde klachten in Nederland in vijf jaar tijd met bijna 50% is gestegen. Alleen al in het afgelopen jaar nam het aantal verzuimdagen door stress met 12% toe. Dat zijn forse cijfers. Maar minstens zo belangrijk als de stijging zelf, is de vraag hoe we deze cijfers moeten interpreteren.
Langdurige uitval
Volgens ArboNed duurt stressgerelateerd verzuim gemiddeld 257 dagen. Wanneer sprake is van burn-out loopt de gemiddelde verzuimduur op tot 338 dagen.
Daarmee wordt opnieuw zichtbaar dat langdurige stress niet alleen grote gevolgen heeft voor de persoon die uitvalt, maar ook voor werkgevers, teams en uiteindelijk voor de samenleving.
Juist daarom verdient preventie veel meer aandacht. Niet pas wanneer iemand daadwerkelijk uitvalt, maar eerder: wanneer signalen van overbelasting zichtbaar worden en er nog ruimte is om bij te sturen.
Werk is niet altijd dé oorzaak
Een belangrijke nuance in de cijfers is dat bedrijfsartsen slechts in ongeveer één op de vijf gevallen het werk als belangrijkste oorzaak van de uitval aanwijzen.
Dat betekent uiteraard niet dat de werkomgeving onbelangrijk is.
Werkdruk, gebrek aan autonomie, conflicten, onvoldoende sociale steun, onduidelijke verwachtingen of een slechte balans tussen inspanning en herstel kunnen een belangrijke rol spelen.
Maar langdurige stress ontstaat vaak door een combinatie van factoren.
Denk bijvoorbeeld aan werkdruk in combinatie met mantelzorg, relationele problemen, financiële zorgen, gezondheidsproblemen, een gebrek aan herstel of andere belastende omstandigheden.
De vraag:
“Komt deze burn-out door het werk?”
is daarom vaak te eenvoudig.
Een betere vraag is:
“Welke combinatie van belastende en beschermende factoren maakt dat iemand op dit moment onvoldoende kan herstellen?”
Niet alles oplossen met individuele veerkracht
Ook aan de andere kant is nuance nodig.
Bij stresspreventie wordt nog regelmatig vooral gekeken naar de individuele medewerker. Die moet beter leren omgaan met stress, grenzen stellen, ontspannen, bewegen of veerkrachtiger worden.
Dat kan zinvol zijn, maar het mag geen manier worden om structurele problemen in een organisatie bij het individu neer te leggen.
Wanneer werk structureel te veel vraagt, verantwoordelijkheden onduidelijk zijn of medewerkers weinig regelruimte ervaren, is een training persoonlijke veerkracht alleen onvoldoende.
Goede begeleiding kijkt daarom zowel naar de persoon als naar de context waarin die persoon functioneert.
Kijken naar belasting én hulpbronnen
Binnen onderzoek naar werkstress wordt vaak gekeken naar de verhouding tussen taakeisen en hulpbronnen.
Wanneer langdurig veel wordt gevraagd en daar onvoldoende herstel, autonomie, ondersteuning of andere hulpbronnen tegenover staan, neemt het risico op uitputting toe.
Maar ook buiten het werk bestaan belasting en hulpbronnen.
Daarom is het bij stress- en burn-outbegeleiding belangrijk om breed te kijken:
Wat vraagt op dit moment veel energie?
Waar zitten mogelijkheden tot herstel?
Welke hulpbronnen zijn beschikbaar?
Welke invloed heeft de persoon zelf?
Welke veranderingen zijn binnen de werkomgeving nodig?
En wanneer is andere professionele ondersteuning noodzakelijk?
Die brede blik voorkomt dat stress en burn-out worden teruggebracht tot één oorzaak of één eenvoudige oplossing.
De rol van professionele coaching
Stress- en burn-outcoaching kan binnen die bredere aanpak een waardevolle rol spelen.
Een professionele coach kan helpen patronen zichtbaar te maken, herstel te ondersteunen, grenzen en keuzes te onderzoeken en de dialoog met de werkomgeving te versterken.
Maar professionele begeleiding betekent ook weten waar de grenzen van coaching liggen.
Stress- en burn-outcoaches stellen geen medische diagnoses en coaching vervangt geen medische of psychologische behandeling. Goede samenwerking en tijdige doorverwijzing naar bijvoorbeeld huisarts, arbeidsarts/bedrijfsarts, psycholoog of andere zorgprofessionals blijft daarom essentieel.
Voor de VESB is juist die combinatie van deskundigheid, professionele grenzen en samenwerking een belangrijk onderdeel van kwaliteitsvolle begeleiding.
Preventie begint vóór de uitval
De nieuwe cijfers laten vooral zien hoe kostbaar langdurige uitval is — menselijk én maatschappelijk.
Daarom zou de aandacht niet uitsluitend moeten gaan naar het begeleiden van mensen die inmiddels zijn uitgevallen.
Veel winst is eerder te behalen.
Door signalen serieus te nemen. Door leidinggevenden te leren het gesprek te voeren. Door werk zo te organiseren dat belasting en herstel beter in balans zijn. En door medewerkers tijdig toegang te geven tot professionele ondersteuning.
Preventie begint niet bij burn-out.
Preventie begint ruim daarvoor.
https://www.arboned.nl/nieuws/bijna-50-procent-meer-stressgerelateerd-verzuim-in-vijf-jaar
