Ontkennen van burn-out gevaarlijk

NIP luidt de noodklok: ontkennen van burn-out gevaarlijk 

Dat het bestaan van burn-out in twijfel wordt getrokken, lijkt een trend te worden in het maatschappelijk debat. Een gevaarlijke ontwikkeling, want laten we helder zijn: burn-out bestaat en als dit niet wordt erkend, heeft dat een negatief effect op het voorkomen en behandelen van klachten en daarmee op het welbevinden van veel Nederlanders. Vandaag, in de Week van de Werkstress, luiden we de noodklok met een statement, waarin we vier handvatten geven voor organisaties. 

Er ontstaat een gevaarlijke trend om het bestaan van burn-out te ontkennen. Professionals die stellen dat burn-out niet bestaat focussen vaak op het individu, dat weerbaarder moet worden en zelf een te veel aan stress moet voorkomen. Maud van Aalderen en Wouter Vrooland zijn beiden Registerpsycholoog Arbeid & Gezondheid NIP.

“Dit is zeker belangrijk en noodzakelijk, maar de jarenlange praktijk en uitgebreid wetenschappelijk onderzoek leren ons dat dit niet voldoende effectief is. Zo lang de werksituatie niet wordt meegenomen in de oplossing, zal stress blijven leiden tot langdurige uitval.”

Dit belang wordt nog eens onderstreept door cijfers die TNO vandaag publiceert; burn-out gerelateerde klachten opnieuw gestegen 

Organisaties moeten aan de slag 

Elk geval van burn-out zou een reden moeten zijn om de werkorganisatie tegen het licht te houden. Dat gebeurt nu nog vaak onvoldoende. Werknemers die zijn uitgevallen weer terugleiden naar het werk en voorkomen van nieuwe gevallen betekent ook – en vooral – iets wezenlijks doen aan de werksituatie. In het statement beschrijven de psychologen vier zaken die organisaties kunnen oppakken om het risico op burn-out van medewerkers te verminderen: 

  1. Durf te reflecteren 
  2. Medewerkers moeten hulpbronnen kunnen aanboren 
  3. Zorg voor een psychosociaal veilige werkomgeving 
  4. Het werkt niet zonder leidinggevenden 

De hoogleraren Arbeids- en Organisatiepsychologie prof. dr. A.B. Bakker (Erasmus University Rotterdam), prof. dr. E. Demerouti (Eindhoven University of Technology) en em. prof. dr. W.B. Schaufeli (Utrecht University) hebben aan dit statement bijgedragen. 

 

‹ Terug naar overzicht
Contacteer ons